Samenvatting overleg tussen het Landelijke MiS-team,  de VMSZ en de MfN
dd. 27 oktober 2020 (samenvatting door Antonietta Pinkster)

Beleidskader

De landelijk coördinator heeft in de gesprekken met het ministerie (nog eens) aangegeven dat in de communicatie helder moet zijn dat MiS in zaken waarin  nog geen afdoeningsbeslissing genomen is de voorliggende voorziening is. Inmiddels is  de Voortgangsbrief beleidskader herstelrecht slachtoffer d.d. 18 december 2020 van minister Dekker gepubliceerd. Daarin wordt aangegeven in welke fase MiS en herstelbemiddeling door Perspectief Herstelbemiddeling (PH)  aan de orde is.

Voortgang onderzoek Jiska Jonas inzake invloed MiS op recidive.

Het MiS-team met de MB’s faciliteert al langere tijd een aantal onderzoeken van de Universiteit Twente/Maastricht die er op gericht zijn om te bepalen of, en zo ja hoe, mediation in strafzaken invloed heeft op recidivecijfers. Een van deze onderzoeken richt zich op afgedane zaken. Hiervoor was een stagiaire aangenomen bij MB Limburg. Het idee van dit onderzoek was dat de stagiaire verdachten zou gaan bellen van afgeronde mediation zaken uit 2017, zowel zaken waarin de verdachte wel heeft deelgenomen aan mediation en als zaken waarin de verdachte die niet heeft deelgenomen aan mediation. Deelnemers kregen het verzoek om mee te werken  aan een onderzoek. Zij vulden dan een vragenlijst in die hen vroeg naar hun ervaring met mediation of het strafproces (of het niet kunnen deelnemen aan mediation). Deze ervaringen konden dan vergeleken worden en gekoppeld worden aan recidivegegevens. Zo kan onderzocht worden of ervaringen van het strafproces of het mediationproces verschil maken in recidivekansen.

Omdat de stagiaire haar werk heeft moeten afbreken door Corona-maatregelen heeft Jiska aangegeven dit onderzoek af te maken en gegevens te betrekken van afgedane zaken tot medio 2018. Zij wordt hierbij ondersteunt door de MB’s.

Jeugdzaken

Er wordt aan gewerkt dat binnen de RvdK actiever ingezet wordt op de mogelijkheid van MiS. PH gaat bij verwijzingen vanuit de RvdK van een verkeerde aanname uit: de raad verwees/verwijst  ook wel naar PH omdat binnen de organisatie niet bekend is/was dat MiS de voorliggende voorziening is. PH denkt bij alle verwijzingen aan henzelf dat de keuze géén MiS wel bemiddeling al gemaakt is door de raad – maar de RvdK gaat daar niet helemaal over. Die kan adviseren, het blijft de OvJ of de rechter die verwijst.

Privacy

Op advies van privacy-deskundigen van de RvR  vindt een PIA (Privacy Impact Analyse) MiS plaats.

Uniforme werkwijze MiS & Kwaliteitsontwikkeling en MiS-poulebeheer

Er is op een 2-tal punten discussie:
1. De vastgestelde MiS (start) overeenkomst augustus 2020.
Het uitgangspunt van het bestuur van de VMSZ is dat deze overeenkomst een gezamenlijk product is van VMSZ, MfN en MiS-team, echter dat de tekst van de overeenkomst niet in beton gegoten is, maar een levend model. Indien iemand een aanpassing wenst kan dat schriftelijk worden voorgelegd met alternatieve tekst. Ditzelfde geldt voor de Engelse vertaling.
2. De werkwijze waarop mediators onderling reflecteren en de keuze van de MB’s voor de beste match.
Het MB heeft vaak geen zicht op wat mediators bij elkaar zien gebeuren, maar krijgt wel signalen. Bij de VMSZ is men het eens dat dit een vraagstuk is wat vooral bij de beroepsgroep zelf ligt.
De SSR Leergang is bedoeld om alle mediators op een cognitief gelijk(er) niveau te brengen, de ontwikkeling van vaardigheden is aan de beroepsgroep.
De VMSZ zal met haar leden aandacht aan dit onderwerp besteden.

Lopende verzoeken en vragen van mediators (tevens actiepunten uit vorig overleg)

Indexering van tarief voor MiS

N.a.v. een met informatie onderbouwd verzoek van de VMSZ om de vergoeding die mediators krijgen voor een mediation  voor 2020 nog te indexeren heeft de landelijk coördinator dat met het ministerie opgenomen. Dit is afgewezen. Wel is er een ‘haakje’ geboden om dit verzoek mee te nemen in  2021.

Vergoeding voor ‘no-show’ (slechts één van de partijen heeft getekend)

Uit de inventarisatie door de VMSZ blijkt dat dit om een zeer beperkt aantal zaken op jaarbasis gaat. Maar de pijn die daarover gevoeld wordt is groot: wel voorbereiden, reizen, intake doen en geen enkele vergoeding.

De landelijk coördinator heeft hier  begrip voor en wil dit in nieuwe aanvraag ook wel meenemen. Maar hier zit een vraag onder: kan het kasstelsel van het LDCR differentiatie van tarieven aan? Dat wordt nader onderzocht.

Vergoeding voor bewerkelijke zaken

Hiervoor is input geleverd, dit is voor nu voldoende. Als meer duidelijkheid is over de mogelijkheid van tariefdifferentiatie zal opnieuw gekeken worden of in de volgende aanvraag dit kan worden meegenomen. Een tekstvoorstel van wat een complexe zaak is moet dan heel eenduidig geformuleerd worden voorgelegd aan de deelnemers van dit overleg.

Hoe gaat de mediator om met de afhandeling van schade (bijv. betaling in termijnen) en een voorwaardelijk sepot als het OM hier op basis van maatwerk over beslist?

OM weegt de uitkomst van de geslaagde mediation mee in de afdoening. In de overeenkomst staan de wensen/afspraken van partijen. Het is aan het OM om deze afspraken mee te wegen in de definitieve afdoening (inclusief de schade).
Waar het gaat over betalingen in termijnen: de incasso van de schade bij een voorwaardelijk sepot  is na de invoering van de wet USB neergelegd bij het CJIB.

Binnengekomen vragen van mediators:

MiS-zaken vragen in bepaalde zaken om “nazorg”, dit past niet in concept van de mediation laten plaatsvinden op 1 dagdeel en het huidige vergoedingen systeem. Hoe wordt daar over gedacht?

Aangegeven wordt o.a. dat “nazorg” wat anders is dan complexe zaken. Nazorg past volgens Antonietta niet in MiS. Nadat de mediation is afgesloten heeft de mediator geen (formele) rol meer, de mediators is ook niet verantwoordelijke voor wat er nà de mediation gebeurt.  Nazorg is een aandachtspunt binnen de mediation en vraagt om maatwerk.

Model voor slotovereenkomst – “kop en staart”. Is dat wenselijk?


De vraag is bekend binnen de VMSZ en hier wordt wisselend over gedacht. Voorbeelden zijn  al te vinden op de site van het Tijdschrift voor mediation en op de VMSZ-site staat het HU-boekje. Vanuit een mediationbureau de suggestie is gekomen om per regio een “commissie van wijzen” samen te stellen om periodiek naar slotovereenkomsten te kijken en hier leerpunten uit te halen. Na het afsluiten van de leergang kan bepaald worden welke informatie alsnog hierover met mediators gedeeld moet worden.