Het College van procureurs-generaal kan algemene en bijzondere aanwijzingen geven betreffende taken en bevoegdheden van het OM (artikel 130, lid 6 Wet RO). Aanwijzingen betreffen met name het opsporings-, vervolgings- en executiebeleid.
Aanwijzingen over de sanctietoepassing en het transactie- en rekwireerbeleid heten Richtlijnen voor strafvordering. Die Richtlijnen zijn (alleen) van toepassing p het meerderjarigenstrafecht.
Per 1 maart 2021 zijn diverse Aanwijzingen gewijzigd dan wel zijn nieuwe Aanwijzingen in werking getreden die voor mediation in strafzaken van belang zijn.
In mijn stukje van 24 februari 2021 heb ik gesproken over de Aanwijzing sepot en gebruik sepotgronden iwtr 01-03-2021. Daarin staat dat in beginsel geen sepot onder bijzondere voorwaarden meer mogelijk is. Er kan alleen nog onder de algemene voorwaarde geseponeerd worden. Ook staat in de Aanwijzing sepot en gebruik sepotgronden welke soorten sepot we kennen. * (er staat in beginsel, voor een duidelijke uitleg neem ik in dit artikel aan dat het gewoon niet meer kan)
Uit deze Aanwijzing:
3. Voorwaardelijk beleidssepot
In beginsel wordt bij een beslissing tot sepot slechts de algemene voorwaarde gesteld dat de verdachte geen strafbare feiten begaat binnen een proeftijd van ten hoogste een jaar. Een sepot met bijzondere voorwaarden wordt in beginsel niet meer ingezet. Voor het buitengerechtelijk stellen van voorwaarden omtrent het gedrag dient de strafbeschikking te worden benut (gedragsaanwijzing als bedoeld in artikel 257a lid 3 Sv).
In zaken met jeugdige verdachten, waarin het aanbieden van een excuus aan het slachtoffer en/of een kleine schadevergoeding kan volstaan, wordt de sepotbeslissing – onder de algemene voorwaarde, met sepotcode 70 – genomen wanneer de excuses zijn gemaakt en/of de schadevergoeding is voldaan.
In gevallen waarin het aan het strafbaar feit ten grondslag liggend conflict na het maken van excuses of door verzoening, bijvoorbeeld via mediation, dan wel schadevergoeding zodanig is opgelost, dat vervolging om die reden geen zin meer heeft, wordt eveneens het sepot onder algemene voorwaarde met sepotcode 70 benut.

Ook van belang is de Aanwijzing voorwaardelijke straffen en schorsing van voorlopige hechtenis onder voorwaarden, Geldend van 01-03-2021 t/m heden.
Deze aanwijzing richt zich op het toepassen van algemene en bijzondere voorwaarden bij de schorsing van de voorlopige hechtenis (art. 80, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering (Sv)) en de voorwaardelijke straf. Alle in de wet genoemde bijzondere voorwaarden kunnen onderdeel zijn van zowel de schorsingsbeschikking als het vonnis, met uitzondering van enkele herstellende voorwaarden als bedoeld in paragraaf 2.3 van deze aanwijzing, die niet bij de schorsingsbeschikking kunnen worden gevorderd.
De officier van justitie kan wèl bijzondere voorwaarden vragen in zijn eis. In de Aanwijzing staat welke dat allemaal kunnen zijn. Let wel: de rechter bepaalt of hij een voorwaardelijke straf oplegt, en of hij daar bijzondere voorwaarden bij stelt.
Een Aanwijzing geldt alleen voor het OM. Het is geen instructie aan de rechter, die is vrij daarvan af te wijken.

Waarom van belang voor MiS?
Het is dus belangrijk om je in een mediation bewust te zijn van de stand waarin de zaak verkeert en door wie deze is verwezen. Heeft de officier  verwezen en kan hij nog seponeren? Zo ja: dan geen bijzondere voorwaarden mogelijk. Daar kun je dan ook geen wensen over opnemen in de slotovereenkomst.
Heeft de rechter verwezen dat is überhaupt geen sepot meer mogelijk maar wèl een voorwaardelijke straf, een wens van partijen daarover zou je kunnen opnemen (altijd met de aantekening dat de rechter zelf beslist).
Als de zaak nog wel bij de officier van justitie is, maar er ook al een zittingsdatum is, dan ligt sepot niet meer voor de hand, maar het kàn nog wel. De officier kan een dagvaarding intrekken, tot het moment dat de zaak is uitgeroepen (dan begint de zitting).
De Aanwijzingen die ik noem vind je hier: https://www.om.nl/onderwerpen/beleidsregels/aanwijzingen/executie