Werkwijze Mediation in Strafzaken

De aangever (slachtoffer) of de verdachte, of een advocaat die voor zijn cliënt mediation wil, verzoekt dat aan de Officier van Justitie (OvJ) of in beroep de Advocaat-Generaal (AG) voorafgaand aan de dagvaarding. Is er al gedagvaard of in de aanloop naar de zitting of ter zitting wordt het verzoek gedaan aan de rechter. Ook kan de Officier van Justitie uit zichzelf een zaak voor mediation verwijzen.

Wordt het verzoek gehonoreerd dan wordt de strafzaak stil gelegd (maar niet beëindigd). Het mediationbureau van de rechtbank of het Hof wordt ingeschakeld, die verdachte en slachtoffer benadert. Willen die allebei mediation, dan worden de mediators aangezocht. De mediators hebben een intakegesprek met de aangever en een intakegesprek met de verdachte. Indien beiden dat wensen volgt een gezamenlijk gesprek, meestal is dat slechts één gesprek. Daarin worden de zaken besproken die partijen belangrijk vinden om tot afspraken met elkaar te kunnen komen. De afspraken worden door de mediators opgeschreven in een vaststellingsovereenkomst, die ook wel slotovereenkomst genoemd wordt. Partijen krijgen de gelegenheid de inhoud ervan met hun advocaat of bijvoorbeeld de medewerker van slachtofferhulp te bespreken voordat deze in eventueel het dossier komt.

Na afloop van de mediation wordt altijd aan de verwijzer teruggekoppeld òf mediation heeft plaatsgevonden. De strafzaak gaat verder in de stand waarin deze verkeerde. Zijn er geen afspraken gemaakt, dan koppelen de mediators in een neutraal geformuleerd bericht alleen terug dat de mediation heeft plaatsgevonden zonder dat er afspraken gemaakt zijn. Zijn er wèl afspraken gemaakt in de vaststellingsovereenkomst, dan wordt deze– enkel met uitdrukkelijk goedvinden van beide partijen – in het dossier gevoegd. OvJ, AG en/of de rechter houden met de vaststellingsovereenkomst rekening bij de volgende stap in het strafproces of de uitspraak. Op welke manier zij dat doen blijft hun eigen beslissing.